Methodologie
Hoe Werk Moet Lonen rekent
Deze pagina beschrijft wat de berekeningen meten, welke regels erin zitten en welke niet, en hoe gecontroleerd wordt dat ze kloppen. Elk onderdeel begint met de korte versie. Onder “Precies” staat de uitgebreide versie voor wie het wil narekenen.
Wat wordt berekend?
Voor een huishouden berekent Werk Moet Lonen hoeveel er te besteden is bij een bepaald bruto inkomen, en wat daarvan verandert als het bruto inkomen verandert. Het hele huishouden telt mee: belasting en premies per persoon, en toeslagen voor het huishouden samen.
Elk inkomen is een volledige, nieuwe berekening. Een verschil is altijd het verschil tussen twee van zulke berekeningen. Er wordt nooit een percentage op een bedrag losgelaten om een volgende stap te schatten, omdat de druk per stap verschilt.
Een uitgewerkt voorbeeld, met elke stap zichtbaar, staat in Eenverdiener met twee kinderen: van € 35.000 naar € 60.000.
Bruto inkomen
Het bruto inkomen is het inkomen van alle personen in het huishouden samen, vóór belasting: loon, winst uit onderneming, een uitkering of pensioen, ontvangen partneralimentatie en inkomen uit een eigen bv, zoals ingevuld.
Precies
De bijtelling van een auto van de zaak telt mee in het bruto inkomen, omdat erover wordt belast, maar komt nooit als geld binnen. Werkgeverslasten zoals de Awf-premie en de werkgeversheffing Zvw tellen niet mee in het bruto inkomen; ze worden apart getoond. Een pensioenpremie wordt niet van het loon afgetrokken: het loon dat je invult, is het loon waarover belasting wordt berekend.
Besteedbaar inkomen
Het besteedbaar inkomen is wat het huishouden te besteden heeft: het bruto inkomen, min belasting en premies, plus toeslagen en kinderbijslag, min de zorgpremie, de eigen kosten van kinderopvang en betaalde partneralimentatie.
Precies
Dit volgt de definitie van het CBS (tabel 84493NED), met één afwijking: het CBS laat kinderopvang aan beide kanten weg, Werk Moet Lonen telt de kinderopvangtoeslag mee en trekt de rekening van de opvang af, zodat de eigen bijdrage overblijft. De zorgpremie is de gemiddelde nominale premie per volwassene. Woonlasten worden niet afgetrokken. Bij een verandering van alleen het inkomen blijven zorgpremie en opvangkosten gelijk, en is de verandering van het besteedbaar inkomen gelijk aan die van het netto inkomen.
Marginale druk
Marginale druk is het deel van een extra euro bruto inkomen dat niet terugkomt als extra besteedbaar inkomen. Bij 60% marginale druk blijft van € 100 bruto erbij € 40 over.
marginale druk = 1 − (verandering besteedbaar inkomen ÷ verandering bruto inkomen)
Precies
De uitkomst wordt niet begrensd. Boven 100% daalt het besteedbaar inkomen bij een hoger bruto inkomen; onder 0% stijgt het meer dan het bruto inkomen, bijvoorbeeld waar een korting wordt opgebouwd. Beide zijn echte uitkomsten. De gemiddelde druk is iets anders: belasting en premies min toeslagen, gedeeld door het hele bruto inkomen. Die zegt iets over het hele inkomen, de marginale druk over de volgende stap.
Lokale en gemiddelde marginale druk
De lokale marginale druk is de druk over één kleine stap, op deze site € 1.000. De gemiddelde marginale druk over een traject, bijvoorbeeld van € 35.000 naar € 60.000, is de verandering van het besteedbaar inkomen over het hele traject gedeeld door die van het bruto inkomen.
Het verschil doet ertoe. Eén stap kan heel hoog uitvallen, bijvoorbeeld waar de kinderopvangtoeslag een trede lager uitkomt, terwijl de stappen eromheen veel minder druk hebben. Elke analyse toont daarom beide, en telt hoeveel stappen in welke klasse vallen.
Stapgrootte
Curves en lokale druk worden berekend in stappen van € 1.000 bruto per jaar. De rekentool toont daarnaast stappen van € 10.000 over de hele loopbaan, en elke stap daarvan is open te klappen in stappen van € 1.000. Herkenbare bedragen, zoals € 100 bruto per maand erbij, worden als twaalf keer dat bedrag per jaar gerekend.
Precies
Een stap van € 1.000 is groot genoeg om afrondingen per regeling niet te laten overheersen, en klein genoeg om de knikken in de tabellen te laten zien. Bij een huishouden met twee inkomens volgt de curve een vaste volgorde waarin de inkomens worden opgebouwd, onafhankelijk van wiens inkomen wordt onderzocht (zie ADR 0004 in de broncode). Boven het eigen inkomen van het huishouden draagt het onderzochte inkomen elke extra euro.
Welke regelingen zijn opgenomen?
- Inkomstenbelasting box 1, inclusief premies volksverzekeringen, en de afzonderlijke tabel boven de AOW-leeftijd
- Algemene heffingskorting, arbeidskorting, inkomensafhankelijke combinatiekorting en ouderenkorting, met de verrekening tegen de verschuldigde belasting
- Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw
- Box 2 en box 3 (box 3 met de forfaitaire rendementen)
- Eigenwoningforfait, hypotheekrenteaftrek en de beperking van het aftrektarief
- Bijtelling van een auto van de zaak
- Ondernemersfaciliteiten: zelfstandigenaftrek, startersaftrek en MKB-winstvrijstelling
- Betaalde partneralimentatie als aftrekpost en ontvangen partneralimentatie als inkomen
- Zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag en kinderbijslag
- Op verzoek: de vennootschapsbelasting achter een dividend, apart van het netto inkomen
Wat is niet opgenomen?
Niet doorgerekend, en daarom niet in de uitkomsten:
- de bijstand en andere uitkeringsregels, zoals een vrijlating van inkomsten of een kostendelersnorm
- gemeentelijke regelingen, zoals een gemeentelijke toeslag, kwijtschelding van lokale belastingen of een minimaregeling
- pensioenpremie en pensioenopbouw
- buitenlandse belastingplicht, grensarbeid en de 30%-regeling
- verliesverrekening en complexe ondernemingsstructuren
- financieringskosten en de aflossingseis bij de eigen woning
- de 60-maandstermijn en de bestelautoregelingen bij de auto van de zaak
- verrekening van niet-gebruikte zelfstandigenaftrek met latere jaren
- schulden, vrijstellingen en de tegenbewijsregeling in box 3
- specifieke zorgkosten, giften en andere persoonsgebonden aftrek dan partneralimentatie
- de vennootschapsbelasting van je eigen bv
Een berekening die een van de laatste onderdelen nodig heeft, wordt geweigerd of krijgt een waarschuwing. Er wordt dan geen schatting gegeven.
Kinderopvang
Per kind worden het aantal uren opvang per maand en de soort opvang ingevuld. De rekentool leidt de soort af van de leeftijd: dagopvang tot 4 jaar, buitenschoolse opvang daarna. De kinderopvangtoeslag vergoedt een percentage van de kosten tot het maximale uurtarief, en dat percentage daalt in treden als het inkomen stijgt.
Precies
De berekening volgt de rekenmethode van Dienst Toeslagen: uurprijs begrensd op het maximum per soort opvang, uren begrensd op 230 per maand per kind, het kind met de meeste uren als eerste kind, en voor volgende kinderen het hogere percentage. Er wordt uitgegaan van een heel jaar werken. De toeslag geldt alleen als beide ouders werken, studeren of een traject volgen. Bij een verandering van alleen het inkomen blijven de uren gelijk; de analyse “een dag meer werken” rekent een tweede huishouden met meer uren opvang door.
Partners
Twee volwassenen in een huishouden zijn in de berekening fiscale partners en toeslagpartners. Belasting en heffingskortingen worden per persoon berekend; toeslagen op het gezamenlijke inkomen.
Precies
De algemene heffingskorting wordt getoetst aan het verzamelinkomen, de arbeidskorting aan het arbeidsinkomen per persoon, en de toeslagen aan het gezamenlijke toetsingsinkomen. Deze drie inkomensbegrippen worden uit elkaar gehouden, omdat een aftrekpost ze elk anders raakt. De inkomensafhankelijke combinatiekorting gaat naar een alleenstaande ouder of naar de minstverdienende partner, bij een kind jonger dan 12 jaar.
Toeslagen
Toeslagen worden berekend met de tabellen en grenzen van Dienst Toeslagen voor het belastingjaar, alsof het inkomen het hele jaar gelijk is. Voorschotten, terugvorderingen en nabetalingen spelen geen rol: de uitkomst is het definitieve bedrag waar het huishouden recht op heeft.
Precies
De zorgtoeslag, de huurtoeslag en het kindgebonden budget kennen ook een vermogenstoets; het vermogen op 1 januari kan in de rekentool worden ingevuld. De huurtoeslag hangt af van de kale huur, het gezamenlijke inkomen en de samenstelling van het huishouden.
Afronding
Er wordt alleen afgerond waar een regeling dat voorschrijft, in de richting die de regeling noemt. Tussenstappen worden exact doorgerekend. Bedragen worden als hele centen bewaard en percentages als exacte decimalen, nooit als zwevendekommagetallen.
Precies
Elke afronding in de rekenregels draagt een expliciete reden. Op de pagina's van deze site worden bedragen voor de leesbaarheid op hele euro's getoond; de rekentool en de downloads geven ook de centen.
Peildata en belastingjaren
Elke berekening hoort bij één belastingjaar en gebruikt alleen de bedragen van dat jaar. Een bedrag wordt nooit naar een volgend jaar doorgetrokken, ook niet als het gelijk lijkt. Vermogen telt mee zoals het op 1 januari was.
Doorgerekend worden belastingjaar 2025 en 2026. De bedragen voor 2027 staan op de site als voorstel, met de status van elk cijfer, maar worden pas in de rekentool gebruikt als ze zijn vastgesteld.
Waar parameters vandaan komen
Elk tarief, elke grens en elk bedrag komt uit een officiële publicatie: wetten.overheid.nl, de Belastingdienst, Dienst Toeslagen, de SVB, de Staatscourant of de Rijksoverheid. Commerciële rekenhulpen worden hooguit gebruikt om na te controleren. Bij elke parameter staat de bron.
Versiebeheer
De parameters van een belastingjaar worden gepubliceerd als regelset met een versienummer (nu 2026.12 voor 2026) . Een gepubliceerde regelset verandert nooit meer. Een correctie wordt een nieuwe versie, zodat een eerdere berekening altijd terug te voeren is op de regels waarmee hij is gemaakt. Elke analyse en elk rapport vermeldt de versie.
Precies
Elke parameter heeft een status: vastgesteld, voorlopig (een raming of een bedrag dat later in het jaar wordt vastgesteld) of voorgesteld (in een wetsvoorstel). Een jaar met cijfers die niet allemaal vastgesteld zijn, zegt dat voordat het een bedrag noemt.
Hoe wordt gecontroleerd dat het klopt?
- Waar een officiële instantie een rekenvoorbeeld publiceert, wordt dat letterlijk als test overgenomen, onder meer voor zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag, box 3, de eigen woning, de bijtelling en de ondernemersfaciliteiten.
- Grenzen in de regels worden getest op € 1 eronder, er precies op en € 1 erboven.
- Overgenomen tabellen worden getest op eigenschappen die de officiële tabel heeft, zoals aaneengesloten grenzen.
- Elke uitsplitsing wordt getest op optelling: bruto erbij plus alle regels is precies het besteedbaar inkomen erbij.
- De voorbeelden op de site worden bij elke wijziging opnieuw berekend, en een test faalt als een voorbeeld niet meer laat zien wat erbij staat.
Gevonden fouten worden met de juiste regel, de bron en een test vastgelegd. Zie je een uitkomst die niet lijkt te kloppen, meld het dan.
Wat een voorbeeldhuishouden is
Een voorbeeldhuishouden is een bedachte situatie, gekozen om een onderdeel van het stelsel zichtbaar te maken. Het is geen steekproef en zegt niets over hoe vaak de situatie voorkomt. Uitspraken over hoe vaak hoge marginale druk voorkomt, komen op deze site alleen uit cijfers van de ministeries, met bron, jaar, populatie en definitie erbij.
Beperkingen van het model
Het model rekent met de wettelijke regels voor een volledig jaar en met de situatie die je invult. Het weet niet wat er in de loop van een jaar verandert, niet hoe mensen hun werk waarderen en niet wat een hoger inkomen later oplevert aan pensioen of loopbaan. De uitkomst is een fiscale simulatie en geen persoonlijk belastingadvies.