Ga direct naar de inhoud
WerkMoetLonen.nl

Onderzoek

Wat houden huishoudens over van extra inkomen?

Elke analyse hieronder is één huishouden dat over een stuk inkomen volledig is doorgerekend, met de regels van één belastingjaar. Samen laten ze verschillende onderdelen van het stelsel zien: van een huishouden waar alleen de belasting meetelt tot huishoudens waar vier regelingen tegelijk afbouwen.

Het zijn voorbeeldsituaties, geen steekproef. Hoe vaak hoge marginale druk voorkomt, staat op de homepage, in cijfers van de ministeries. Elke analyse heeft een vaste link en de gegevens om te downloaden.

De kern in drie punten

  1. 1

    Een hoger bruto inkomen kan veel minder besteedbaar inkomen opleveren dan verwacht, doordat meerdere regelingen tegelijk afbouwen.

  2. 2

    Het effect verschilt sterk per huishouden: in de voorbeelden op deze site komt van elke extra euro tussen de 19 en 53 cent terug.

  3. 3

    Het is niet de norm, maar ook geen randgeval: volgens het Ministerie van Financiën heeft 15,4% van de werkenden een marginale druk van meer dan 60%.

Voorbeeldsituatie

Eenverdiener met twee kinderen

Twee ouders van wie er één werkt, twee kinderen van 7 en 9 jaar, huurwoning van € 746 per maand.

Dit is het huishoudtype dat het Ministerie van Financiën zelf gebruikt in zijn tabellen over marginale druk bij het Belastingplan: één verdiener, twee kinderen van 6 tot 11 jaar en een huurwoning. Over dit traject lopen de huurtoeslag, de zorgtoeslag, het kindgebonden budget en twee heffingskortingen tegelijk af. Zo is goed te zien dat het verschil niet uit één tarief komt.

Wat hier afloopt: algemene heffingskorting, arbeidskorting, zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget.

€ 10.000 marginale druk per € 1.000, stippellijn = 100% € 120.000

Bruto erbij
+ € 25.000
Besteedbaar erbij
+ € 4.796
Gemiddelde druk over het traject
80,8%

Van € 35.000 naar € 60.000.

Bekijk de volledige berekening

Voorbeeldsituatie

Alleenstaande huurder zonder kinderen

Alleenstaand, geen kinderen, huurwoning van € 650 per maand.

Geen kinderen en geen kinderopvang, dus geen kindgebonden budget of kinderopvangtoeslag. Wat hier boven de belasting uit afloopt, zijn de zorgtoeslag en de huurtoeslag. Zo is te zien wat die twee samen doen.

Wat hier afloopt: algemene heffingskorting, zorgtoeslag, huurtoeslag.

€ 10.000 marginale druk per € 1.000, stippellijn = 100% € 80.000

Bruto erbij
+ € 15.000
Besteedbaar erbij
+ € 4.045
Gemiddelde druk over het traject
73,0%

Van € 25.000 naar € 40.000.

Bekijk de volledige berekening

Voorbeeldsituatie

Alleenstaande ouder met kinderopvang

Alleenstaande ouder, kinderen van 2 en 5 jaar in dagopvang en bso, huurwoning van € 800 per maand.

Bij een alleenstaande ouder spelen veel regelingen tegelijk: huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en de combinatiekorting. De kinderopvangtoeslag verandert over dit traject niet, omdat de toeslag bij deze inkomens nog hetzelfde percentage van de opvangkosten vergoedt.

Wat hier afloopt: algemene heffingskorting, zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget.

€ 10.000 marginale druk per € 1.000, stippellijn = 100% € 120.000

Bruto erbij
+ € 20.000
Besteedbaar erbij
+ € 5.070
Gemiddelde druk over het traject
74,6%

Van € 30.000 naar € 50.000.

Bekijk de volledige berekening

Voorbeeldsituatie

Gezin met drie kinderen in de opvang

Twee ouders, drie kinderen van 1, 3 en 6 jaar, dagopvang en bso, huurwoning van € 900 per maand.

Hier daalt het besteedbaar inkomen bij sommige stappen van € 1.000. De oorzaak is de kinderopvangtoeslag: het vergoede percentage daalt in treden, en met drie kinderen in de opvang is elke trede duur. Tussen de treden in is de druk lager. Deze analyse laat beide zien, en wat er over het hele traject overblijft. De ene ouder verdient € 25.000; het traject gaat over het inkomen van de andere.

Wat hier afloopt: algemene heffingskorting, arbeidskorting, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag.

€ 40.000 marginale druk per € 1.000, stippellijn = 100% € 160.000

Bruto erbij
+ € 20.000
Besteedbaar erbij
+ € 4.894
Gemiddelde druk over het traject
75,5%

Van € 80.000 naar € 100.000. 6 van de 20 stappen van € 1.000 kosten meer dan ze opleveren.

Bekijk de volledige berekening

Voorbeeldsituatie

Tweeverdieners met twee kinderen in de opvang

Twee ouders, twee kinderen van 1 en 3 jaar, vijf dagen dagopvang, koopwoning.

Boven de grenzen van huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget blijft de kinderopvangtoeslag over. Die loopt door tot hoge inkomens, en ook de arbeidskorting bouwt hier nog af. Zo is te zien dat hoge druk niet alleen bij lage inkomens voorkomt, en ook hoe groot het verschil met het toptarief werkelijk is.

Wat hier afloopt: arbeidskorting, kinderopvangtoeslag.

€ 80.000 marginale druk per € 1.000, stippellijn = 100% € 230.000

Bruto erbij
+ € 20.000
Besteedbaar erbij
+ € 5.762
Gemiddelde druk over het traject
71,2%

Van € 151.000 naar € 171.000. 5 van de 20 stappen van € 1.000 kosten meer dan ze opleveren.

Bekijk de volledige berekening

Voorbeeldsituatie

Alleenstaande zonder toeslagen

Alleenstaand, geen kinderen, geen huurtoeslag of hypotheek in de berekening.

Een referentie. Zonder huur in de berekening en zonder kinderen tellen vooral de belastingschijven en de afbouw van de heffingskortingen. Alleen aan het begin van het traject loopt nog een klein stuk zorgtoeslag af.

Wat hier afloopt: algemene heffingskorting, arbeidskorting, zorgtoeslag.

€ 10.000 marginale druk per € 1.000, stippellijn = 100% € 120.000

Bruto erbij
+ € 10.000
Besteedbaar erbij
+ € 5.285
Gemiddelde druk over het traject
47,1%

Van € 40.000 naar € 50.000.

Bekijk de volledige berekening

Voorbeeldsituatie

Tweeverdieners met een koopwoning

Twee werkenden zonder kinderen, koopwoning met hypotheek.

Een tegenvoorbeeld. Twee werkenden zonder kinderen in een koopwoning hebben geen recht op huurtoeslag, kindgebonden budget of kinderopvangtoeslag. Over dit traject komt hun marginale druk alleen uit de belasting en de afbouw van de heffingskortingen, en blijft hij bij elke stap onder de 60 procent.

Wat hier afloopt: algemene heffingskorting, arbeidskorting.

€ 10.000 marginale druk per € 1.000, stippellijn = 100% € 160.000

Bruto erbij
+ € 20.000
Besteedbaar erbij
+ € 9.985
Gemiddelde druk over het traject
50,1%

Van € 80.000 naar € 100.000.

Bekijk de volledige berekening