Ga direct naar de inhoud
WerkMoetLonen.nl

Doorgerekend voorbeeld · belastingjaar 2026

Hoog inkomen, toch minder over

Twee ouders met twee kinderen van 1 en 3 jaar, allebei vijf dagen per week naar de dagopvang. Koopwoning met een WOZ-waarde van € 500.000 en € 15.000 hypotheekrente. De ene partner gaat van € 100.000 naar € 101.000 per jaar, de ander verdient € 51.000.

Van € 1.000 bruto per jaar erbij blijft netto per jaar over:

€ 160 minder

Marginale druk over deze stap: 116,0%

Waar de duizend euro blijft

Hetzelfde huishouden is twee keer doorgerekend: één keer bij het huidige inkomen en één keer bij € 1.000 bruto per jaar meer. Het verschil staat in de rechterkolom en alle bedragen zijn per jaar.

Bruto huishoudinkomen
Wat het huishouden samen verdient, voor belasting.
Nu € 151.000 Met € 1.000 meer € 152.000 Verschil +€ 1.000
Belasting en premies
Inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en Zvw, na aftrek van de heffingskortingen.
Nu € 39.818 Met € 1.000 meer € 40.378 Verschil +€ 560
Toeslagen en kinderbijslag
Huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag samen.
Nu € 35.914 Met € 1.000 meer € 35.314 Verschil −€ 600
Netto per jaar
Wat er binnenkomt na belasting en met de toeslagen erbij, vóór de eigen kosten van het huishouden.
Nu € 147.096 Met € 1.000 meer € 146.936 Verschil −€ 160
Eigen kosten
De nominale zorgpremie, de eigen bijdrage kinderopvang en betaalde alimentatie. Staat hier omdat de kinderopvangtoeslag hierboven meetelt: zonder de rekening erbij zou het netto-inkomen van een gezin met dagopvang hoger lijken dan het is.
Nu € 52.282 Met € 1.000 meer € 52.282 Verschil gelijk
Besteedbaar inkomen
Netto min die eigen kosten. Dit is de definitie die het CBS hanteert, op de kinderopvang na, die wij aan beide kanten wél meetellen.
Nu € 94.815 Met € 1.000 meer € 94.655 Verschil −€ 160

Berekend met regelset 2026.12. Alle gebruikte bedragen en grenzen staan met bron op de parameterpagina van 2026.