Doorgerekend voorbeeld · belastingjaar 2026
Er blijft mínder over
Twee ouders en drie kinderen van 1, 3 en 6 jaar: de jongste twee naar de dagopvang, de oudste naar de bso. Huurwoning van € 900 per maand. De ene partner gaat van € 55.000 naar € 56.000 per jaar, de ander verdient € 25.000.
Van € 1.000 bruto per jaar erbij blijft netto per jaar over:
€ 181 minder
Marginale druk over deze stap: 118,1%
Waar de duizend euro blijft
Hetzelfde huishouden is twee keer doorgerekend: één keer bij het huidige inkomen en één keer bij € 1.000 bruto per jaar meer. Het verschil staat in de rechterkolom en alle bedragen zijn per jaar.
- Bruto huishoudinkomen
- Wat het huishouden samen verdient, voor belasting.
- Nu € 80.000 Met € 1.000 meer € 81.000 Verschil +€ 1.000
- Belasting en premies
- Inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en Zvw, na aftrek van de heffingskortingen.
- Nu € 13.383 Met € 1.000 meer € 13.888 Verschil +€ 505
- Toeslagen en kinderbijslag
- Huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag samen.
- Nu € 49.118 Met € 1.000 meer € 48.442 Verschil −€ 676
- Netto per jaar
- Wat er binnenkomt na belasting en met de toeslagen erbij, vóór de eigen kosten van het huishouden.
- Nu € 115.735 Met € 1.000 meer € 115.554 Verschil −€ 181
- Eigen kosten
- De nominale zorgpremie, de eigen bijdrage kinderopvang en betaalde alimentatie. Staat hier omdat de kinderopvangtoeslag hierboven meetelt: zonder de rekening erbij zou het netto-inkomen van een gezin met dagopvang hoger lijken dan het is.
- Nu € 48.686 Met € 1.000 meer € 48.686 Verschil gelijk
- Besteedbaar inkomen
- Netto min die eigen kosten. Dit is de definitie die het CBS hanteert, op de kinderopvang na, die wij aan beide kanten wél meetellen.
- Nu € 67.048 Met € 1.000 meer € 66.868 Verschil −€ 181
Berekend met regelset 2026.12. Alle gebruikte bedragen en grenzen staan met bron op de parameterpagina van 2026.
De andere voorbeelden
Laag inkomen, weinig over
Alleenstaande werknemer zonder kinderen. Huurwoning van € 650 per maand. Loon van € 32.000 naar € 33.000 per jaar.
Bekijk de berekening
Hoog inkomen, toch minder over
Twee ouders met twee kinderen van 1 en 3 jaar, allebei vijf dagen per week naar de dagopvang. Koopwoning met een WOZ-waarde van € 500.000 en € 15.000 hypotheekrente. De ene partner gaat van € 100.000 naar € 101.000 per jaar, de ander verdient € 51.000.
Bekijk de berekening
Bijna alles gaat weg
Alleenstaande ouder met twee kinderen van 2 en 5 jaar: de jongste naar de dagopvang, de oudste naar de bso. Huurwoning van € 800 per maand.
Bekijk de berekening
De gewone situatie
Alleenstaande werknemer, geen kinderen, geen huur- of koopwoning in de berekening. Loon van € 40.000 naar € 41.000 per jaar.
Bekijk de berekening
De uitleg en de cijfers op deze pagina mag je overnemen onder CC BY 4.0, met vermelding van Werk Moet Lonen. Gaat het om een bedrag of een grens, noem dan ook de officiële publicatie die er hier bij staat. Die is de bron, wij zijn de berekening. Wat je precies mag hergebruiken staat apart beschreven.
Wat deze huishoudens gemeen hebben en waarom de druk juist in het midden zo hoog is, lees je op de pagina over marginale druk.