Onderzoek · belastingjaar 2026
€ 25.000 meer bruto. € 4.796 meer te besteden.
Niet door één belastingtarief, maar doordat belasting, heffingskortingen en toeslagen tegelijk veranderen.
Voorbeeldhuishouden, belastingjaar 2026: eenverdiener met twee kinderen, huurwoning, van € 35.000 naar € 60.000 bruto per jaar. Van elke extra euro komt 19 cent terug; de gemiddelde marginale druk over dit traject is 80,8%. Hoe vaak zoiets voorkomt, staat verderop.
De kern in drie punten
-
1
Een hoger bruto inkomen kan veel minder besteedbaar inkomen opleveren dan verwacht, doordat meerdere regelingen tegelijk afbouwen.
-
2
Het effect verschilt sterk per huishouden: in de voorbeelden op deze site komt van elke extra euro tussen de 19 en 53 cent terug.
-
3
Het is niet de norm, maar ook geen randgeval: volgens het Ministerie van Financiën heeft 15,4% van de werkenden een marginale druk van meer dan 60%.
Waar het verschil ontstaat
Waar de € 25.000 blijft
Het huishouden is twee keer volledig doorgerekend: bij € 35.000 en bij € 60.000 bruto per jaar. Elke regel hieronder is het verschil tussen die twee berekeningen. Opgeteld bij het bruto inkomen dat erbij kwam, geven ze precies de verandering van het besteedbaar inkomen.
| Onderdeel | Effect op besteedbaar inkomen |
|---|---|
| Bruto inkomen erbij van € 35.000 naar € 60.000 per jaar |
+ € 25.000
|
| Inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen Het tarief van de belastingschijven over het extra inkomen, vóór heffingskortingen. |
− € 9.320
|
| Algemene heffingskorting Wordt kleiner naarmate het verzamelinkomen stijgt. |
− € 1.600
|
| Arbeidskorting Groeit eerst mee met het arbeidsinkomen en wordt boven een grens kleiner. |
− € 731
|
| Zorgtoeslag Getoetst aan het gezamenlijke toetsingsinkomen. |
− € 2.240
|
| Huurtoeslag Hangt af van het gezamenlijke inkomen en de huur. |
− € 4.728
|
| Kindgebonden budget Wordt boven een inkomensgrens met een vast percentage afgebouwd. |
− € 1.585
|
| Verandering besteedbaar inkomen per jaar, voor het hele huishouden |
+ € 4.796
|
Belasting en premies: − € 9.320 Heffingskortingen: − € 2.331 Toeslagen en kinderbijslag: − € 8.553
De onderzoeksvraag
Wat doen alle regelingen samen?
Belastingen, heffingskortingen en toeslagen worden meestal afzonderlijk beschreven, elk met een eigen tarief, eigen grenzen en een eigen inkomensbegrip. Voor een huishouden werken ze tegelijk. Werk Moet Lonen rekent ze daarom als één systeem door, zoals een huishouden ze in werkelijkheid ervaart.
Juist die stapeling kan inkomensgebieden opleveren waarin een groot deel van extra bruto inkomen niet terugkomt als extra besteedbaar inkomen.
Het zit niet in één regeling, maar in wat alle regelingen samen doen.
Waarom dit ertoe doet
Brutoloon, koopkracht en de vraag of meer verdienen loont, worden vaak los van elkaar besproken. Voor een huishouden telt uiteindelijk wat er te besteden is, en precies daar wordt de gezamenlijke werking zichtbaar. Twee huishoudens met dezelfde bruto stijging kunnen er netto heel verschillend uitkomen.
Wat Werk Moet Lonen niet doet
Werk Moet Lonen doet geen uitspraak over welk belasting- of toeslagenbeleid wenselijk is. Het platform maakt zichtbaar wat de bestaande regels gezamenlijk doen.
Per huishouden
Dezelfde vraag, andere huishoudens
Wat een bruto stijging oplevert, hangt sterk af van het huishouden. Elke regel is een heel inkomenstraject, volledig doorgerekend. Het zijn voorbeeldsituaties, geen steekproef.
| Voorbeeldsituatie | Extra bruto | Extra besteedbaar | Van elke extra euro komt terug | Gemiddelde druk |
|---|---|---|---|---|
| Eenverdiener met twee kinderen van € 35.000 naar € 60.000 | + € 25.000 | + € 4.796 |
19 cent
|
80,8% |
| Alleenstaande huurder zonder kinderen van € 25.000 naar € 40.000 | + € 15.000 | + € 4.045 |
27 cent
|
73,0% |
| Alleenstaande ouder met kinderopvang van € 30.000 naar € 50.000 | + € 20.000 | + € 5.070 |
25 cent
|
74,6% |
| Alleenstaande zonder toeslagen van € 40.000 naar € 50.000 | + € 10.000 | + € 5.285 |
53 cent
|
47,1% |
| Tweeverdieners met een koopwoning van € 80.000 naar € 100.000 | + € 20.000 | + € 9.985 |
50 cent
|
50,1% |
Belastingjaar 2026, regelset 2026.12. Alle analyses, met curve, uitsplitsing en gegevens om te downloaden, staan op de onderzoekspagina.
Omvang
Hoe vaak komt dit voor?
Geldt dit voor iedereen?
Nee.
84,6%
van de werkenden heeft een marginale druk van 60% of lager.
Is het een theoretisch randgeval?
Ook niet.
15,4%
van de werkenden heeft een marginale druk van meer dan 60%.
Bron: Ministerie van Financiën, verdeling van de marginale druk onder werkenden in 2026, bij een inkomensstijging van 3%. Het ministerie geeft aandelen, geen aantallen; daarom staat hier geen aantal personen. De voorbeeldhuishoudens op deze site laten zien wáár het effect optreedt, niet hoe vaak.
Officiële populatiestatistiek · Ministerie van Financiën
Verdeling van de marginale druk onder werkenden, 2026
Aandeel van alle werkenden per klasse van marginale druk.
| Marginale druk | Aandeel werkenden |
|---|---|
| tot en met 10% |
6,9%
|
| boven 10% t/m 20% |
12,6%
|
| boven 20% t/m 30% |
1,7%
|
| boven 30% t/m 40% |
4,8%
|
| boven 40% t/m 50% |
17,8%
|
| boven 50% t/m 60% |
40,8%
|
| boven 60% t/m 70% |
10,9%
|
| boven 70% t/m 80% |
2,4%
|
| boven 80% t/m 90% |
2,1%
|
84,6% heeft een marginale druk van 60% of lager
4,5% zit boven 70%
2,1% zit boven 80%
- Bron
- Bijlage Marginale druk en gemiddelde druk (Tabellen marginale druk), bij de aanbiedingsbrief Belastingplan 2026, Ministerie van Financiën, 16 september 2025, pagina 1, grafiek met de verdeling van de marginale druk van werkenden.
- Jaar
- 2026, berekend met een rekenmodel op een steekproef van huishoudens
- Populatie
- Werkenden, per persoon
- Definitie
- “Bij de grafiek is uitgegaan van 3% inkomensstijging. Alleen regelingen vanuit de Rijksoverheid zijn hierin meegenomen.”
- Bewerking
- De klassen zijn het verschil tussen twee opeenvolgende punten die het ministerie op zijn cumulatieve grafiek heeft afgedrukt. Verder is niets bewerkt.
- Kanttekening van de bron
- “Bij de uitkomsten moet worden bedacht dat de marginale druk lager is voor een aanzienlijk deel van de huishoudens in Nederland, omdat veel huishoudens geen of minder recht hebben op toeslagen.”
Wat dit zegt
Volgens het ministerie heeft het overgrote deel van de werkenden een marginale druk van 60% of lager. Een marginale druk boven 70% komt voor bij ongeveer 1 op de 20 werkenden, boven 80% bij ongeveer 1 op de 50. Voor 2027 raamt het ministerie hetzelfde beeld: “Daaruit blijkt dat 83% van de werkenden een marginale druk heeft van 60% of lager.” (bijlage bij het Belastingplan 2027, 15 september 2026).
Hoge marginale druk is dus niet de norm, maar ook geen theoretische uitzondering. Waar hij voorkomt, is hij geconcentreerd. Over 2023 schreef het Ministerie van SZW (in de Kamerbrief hieronder, pagina 6) over de werkenden met meer dan 70%: “Ruim twee derde van hen verdient minimumloon of net daarboven. Daarnaast heeft bijna 85% van deze groep te maken met afbouw van huur- en/of zorgtoeslag.” En de tabel hieronder laat zien dat huishoudens met kinderen veel vaker boven 60% uitkomen dan huishoudens zonder.
Aandeel werkenden met meer dan 60% marginale druk, per huishoudtype, 2023
| Huishoudtype | Zonder kinderen | Met kinderen |
|---|---|---|
| Alleenstaande | 17% | 42% |
| Alleenverdiener (paar met één werkende) | 27% | 45% |
| Meestverdienende partner | 8% | 26% |
| Minstverdienende partner | 0% | 2% |
Bron: Kamerbrief Aanvullende maatregelen aanpak arbeidsmarktkrapte (Kamerstuk 29 544, nr. 1174), bijlage 2, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 3 februari 2023, bijlage, pagina 26 en 27 van 66, tabel 1. Definitie: Gevolgen van een inkomensstijging van 3% bij gelijke uren; de afbouw van de kinderopvangtoeslag is meegenomen, extra kosten van meer uren kinderopvang en gemeentelijke regelingen niet. Dit zijn cijfers over 2023; een recentere uitsplitsing naar huishoudtype is niet gepubliceerd.
Waarin deze cijfers verschillen van de berekeningen op deze site
- Het ministerie meet per werkende een stijging van 3% van het eigen bruto inkomen. Werk Moet Lonen rekent een heel huishouden door bij een vast bedrag erbij, meestal € 1.000, of over een traject.
- Het ministerie neemt de pensioenpremie van werknemers mee. Werk Moet Lonen doet dat niet, omdat de premie per pensioenfonds en per regeling verschilt.
- Beide laten gemeentelijke regelingen, zoals een gemeentelijke toeslag of kwijtschelding van lokale belastingen, buiten beschouwing.
- De cijfers van het ministerie zijn uitkomsten van een rekenmodel op een steekproef van huishoudens, niet van waargenomen inkomens. Voor 2027 gaat het om een raming.
Hoe het werkt
Vier dingen veranderen tegelijk
1 De belasting stijgt
Over het extra inkomen betaal je het tarief van de schijf waarin het valt. Dit is het deel dat op een loonstrook zichtbaar is.
2 Heffingskortingen worden kleiner
De algemene heffingskorting en de arbeidskorting nemen boven bepaalde inkomens af. Voor het netto inkomen werkt dat als een extra tarief, al heet het geen belasting.
3 Toeslagen worden afgebouwd
Zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag dalen als het inkomen stijgt. Lopen er meerdere tegelijk af, dan tellen die afbouwpercentages bij elkaar op.
4 Het huishouden telt samen
Toeslagen kijken naar het inkomen van het hele huishouden. Wat de één erbij verdient, kan dus doorwerken in wat het huishouden samen ontvangt.
De regelingen in het kort
Algemene heffingskorting
Een korting op de belasting voor iedereen. Boven een inkomensgrens wordt hij met een vast percentage van het extra inkomen kleiner.
Precies
De afbouw werkt voor het netto inkomen precies als een extra tarief. De korting kan niet hoger zijn dan de belasting en premies waartegen hij wordt verrekend; wat overblijft gaat bij de meeste mensen verloren.
Arbeidskorting
Een korting op de belasting voor wie werkt. Hij groeit eerst mee met het arbeidsinkomen en wordt boven een grens weer kleiner.
Precies
Berekend op het arbeidsinkomen per persoon, niet op het huishoudinkomen. De opbouw verlaagt de marginale druk bij lage inkomens, de afbouw verhoogt hem bij hogere inkomens.
Zorgtoeslag
Een bijdrage in de zorgpremie. Boven een inkomensgrens daalt hij met een vast percentage van het extra inkomen, tot hij op nul uitkomt.
Precies
Getoetst aan het gezamenlijke toetsingsinkomen van de aanvrager en de toeslagpartner, en aan het vermogen.
Huurtoeslag
Een bijdrage in de huur. Hoe hoger het inkomen van het huishouden, hoe meer de eigen bijdrage stijgt en de toeslag daalt.
Precies
Hangt af van het gezamenlijke inkomen, de kale huur en de samenstelling van het huishouden. De afbouw kan bij lage inkomens zwaar meewegen in de marginale druk.
Kindgebonden budget
Een bijdrage in de kosten van kinderen. Boven een inkomensgrens wordt hij met een vast percentage van het extra inkomen afgebouwd.
Precies
Het maximum hangt af van het aantal kinderen, hun leeftijd en of er een toeslagpartner is. Alleenstaande ouders krijgen een hoger bedrag.
Kinderopvangtoeslag
Een vergoeding van een deel van de kosten van kinderopvang. Het vergoede percentage daalt in treden naarmate het inkomen stijgt.
Precies
Bij elke trede daalt het percentage voor de hele opvangrekening tegelijk. Daardoor kan één stap van € 1.000 bruto bij een gezin met veel opvanguren meer kosten dan hij oplevert. Tussen de treden in verandert de toeslag niet.
De meetlat
Zo wordt het gemeten: marginale druk
Het onderwerp is wat de regelingen samen doen. De maat waarmee dat zichtbaar wordt, heet marginale druk: het deel van een extra euro bruto inkomen dat niet terugkomt als extra besteedbaar inkomen. Bij 60% marginale druk leidt € 100 extra bruto inkomen tot € 40 extra besteedbaar inkomen.
In het voorbeeld hierboven is dat over het hele traject gemiddeld 80,8%: van elke extra euro blijft gemiddeld 19 cent over.
marginale druk = 1 − (verandering besteedbaar inkomen ÷ verandering bruto inkomen)
Boven 100% daalt het besteedbaar inkomen als het bruto inkomen stijgt. Onder 0% stijgt het besteedbaar inkomen meer dan het bruto inkomen. Beide komen voor en worden hier niet afgerond of afgekapt.
Marginaal is niet gemiddeld
Hetzelfde huishouden, bij € 60.000 bruto per jaar:
Belasting en premies min alle toeslagen, gedeeld door het hele bruto inkomen.
Wat van de stap van € 35.000 naar € 60.000 niet terugkomt.
Een hoge marginale druk betekent dus niet dat dit huishouden een groot deel van zijn hele inkomen afdraagt. Het betekent dat de volgende stap weinig oplevert. Vaak gaan die twee samen: een lage gemiddelde druk komt juist door de toeslagen die bij een hoger inkomen afnemen.
Per inkomen
Geen knik, maar een breed traject
De lijn is het besteedbaar inkomen van hetzelfde huishouden bij elk bruto inkomen, in stappen van € 1.000. Waar de lijn steil oploopt, levert extra inkomen veel op; waar hij vlak loopt, weinig. De kolommen eronder geven de marginale druk van elke stap. Het traject uit het voorbeeld is gemarkeerd.
€ 24.000
breed is de zone waarin de druk bij elke stap van € 1.000 op 70% of hoger ligt: van € 32.000 tot € 56.000. Geen enkele knik, maar een aaneengesloten stuk inkomen.
Bruto huishoudinkomen
€ 60.000
Besteedbaar inkomen
€ 46.783
Verschil met € 1.000 minder
+ € 419
Toeslagen en kinderbijslag
€ 6.457
Belasting en premies
€ 15.906
Marginale druk (deze stap)
58,1%
Alle punten als tabel
| Bruto | Besteedbaar | Belasting en premies | Toeslagen | Marginale druk |
|---|---|---|---|---|
| € 10.000 | € 22.733 | € 0 | € 16.501 | – |
| € 11.000 | € 23.733 | € 0 | € 16.501 | 0,0% |
| € 12.000 | € 24.565 | € 168 | € 16.501 | 16,8% |
| € 13.000 | € 25.518 | € 216 | € 16.501 | 4,7% |
| € 14.000 | € 26.470 | € 263 | € 16.501 | 4,7% |
| € 15.000 | € 27.423 | € 310 | € 16.501 | 4,7% |
| € 16.000 | € 28.375 | € 358 | € 16.501 | 4,7% |
| € 17.000 | € 29.328 | € 405 | € 16.501 | 4,7% |
| € 18.000 | € 30.281 | € 453 | € 16.501 | 4,7% |
| € 19.000 | € 31.233 | € 500 | € 16.501 | 4,7% |
| € 20.000 | € 32.186 | € 547 | € 16.501 | 4,7% |
| € 21.000 | € 33.138 | € 595 | € 16.501 | 4,7% |
| € 22.000 | € 34.091 | € 642 | € 16.501 | 4,7% |
| € 23.000 | € 35.044 | € 690 | € 16.501 | 4,7% |
| € 24.000 | € 35.996 | € 737 | € 16.501 | 4,7% |
| € 25.000 | € 36.949 | € 784 | € 16.501 | 4,7% |
| € 26.000 | € 37.856 | € 877 | € 16.501 | 9,3% |
| € 27.000 | € 38.518 | € 1.215 | € 16.501 | 33,8% |
| € 28.000 | € 39.180 | € 1.553 | € 16.501 | 33,8% |
| € 29.000 | € 39.842 | € 1.891 | € 16.501 | 33,8% |
| € 30.000 | € 40.451 | € 2.246 | € 16.465 | 39,1% |
| € 31.000 | € 40.912 | € 2.648 | € 16.328 | 53,9% |
| € 32.000 | € 41.265 | € 3.050 | € 16.082 | 64,7% |
| € 33.000 | € 41.509 | € 3.452 | € 15.729 | 75,5% |
| € 34.000 | € 41.742 | € 3.854 | € 15.364 | 76,7% |
| € 35.000 | € 41.987 | € 4.256 | € 15.010 | 75,5% |
| € 36.000 | € 42.231 | € 4.658 | € 14.657 | 75,5% |
| € 37.000 | € 42.464 | € 5.060 | € 14.292 | 76,7% |
| € 38.000 | € 42.709 | € 5.462 | € 13.939 | 75,5% |
| € 39.000 | € 42.951 | € 5.866 | € 13.585 | 75,7% |
| € 40.000 | € 43.101 | € 6.286 | € 13.155 | 85,1% |
| € 41.000 | € 43.251 | € 6.706 | € 12.725 | 84,9% |
| € 42.000 | € 43.402 | € 7.126 | € 12.296 | 84,9% |
| € 43.000 | € 43.541 | € 7.546 | € 11.855 | 86,1% |
| € 44.000 | € 43.691 | € 7.966 | € 11.426 | 84,9% |
| € 45.000 | € 43.842 | € 8.386 | € 10.996 | 84,9% |
| € 46.000 | € 43.946 | € 8.841 | € 10.555 | 89,6% |
| € 47.000 | € 44.012 | € 9.346 | € 10.126 | 93,4% |
| € 48.000 | € 44.078 | € 9.850 | € 9.696 | 93,4% |
| € 49.000 | € 44.132 | € 10.355 | € 9.255 | 94,6% |
| € 50.000 | € 44.198 | € 10.860 | € 8.826 | 93,4% |
| € 51.000 | € 44.264 | € 11.364 | € 8.396 | 93,4% |
| € 52.000 | € 44.412 | € 11.869 | € 8.049 | 85,2% |
| € 53.000 | € 44.616 | € 12.374 | € 7.757 | 79,7% |
| € 54.000 | € 44.819 | € 12.878 | € 7.465 | 79,7% |
| € 55.000 | € 45.010 | € 13.383 | € 7.161 | 80,9% |
| € 56.000 | € 45.214 | € 13.888 | € 6.869 | 79,7% |
| € 57.000 | € 45.525 | € 14.392 | € 6.685 | 68,9% |
| € 58.000 | € 45.944 | € 14.897 | € 6.609 | 58,1% |
| € 59.000 | € 46.364 | € 15.402 | € 6.533 | 58,1% |
| € 60.000 | € 46.783 | € 15.906 | € 6.457 | 58,1% |
| € 61.000 | € 47.202 | € 16.411 | € 6.381 | 58,1% |
| € 62.000 | € 47.621 | € 16.916 | € 6.305 | 58,1% |
| € 63.000 | € 48.041 | € 17.421 | € 6.229 | 58,1% |
| € 64.000 | € 48.460 | € 17.925 | € 6.153 | 58,1% |
| € 65.000 | € 48.879 | € 18.430 | € 6.077 | 58,1% |
| € 66.000 | € 49.299 | € 18.935 | € 6.001 | 58,1% |
| € 67.000 | € 49.718 | € 19.439 | € 5.925 | 58,1% |
| € 68.000 | € 50.137 | € 19.944 | € 5.849 | 58,1% |
| € 69.000 | € 50.557 | € 20.449 | € 5.773 | 58,1% |
| € 70.000 | € 50.976 | € 20.953 | € 5.697 | 58,1% |
| € 71.000 | € 51.395 | € 21.458 | € 5.621 | 58,1% |
| € 72.000 | € 51.815 | € 21.963 | € 5.545 | 58,1% |
| € 73.000 | € 52.234 | € 22.467 | € 5.469 | 58,1% |
| € 74.000 | € 52.653 | € 22.972 | € 5.393 | 58,1% |
| € 75.000 | € 53.073 | € 23.477 | € 5.317 | 58,1% |
| € 76.000 | € 53.492 | € 23.981 | € 5.241 | 58,1% |
| € 77.000 | € 53.911 | € 24.486 | € 5.165 | 58,1% |
| € 78.000 | € 54.331 | € 24.991 | € 5.089 | 58,1% |
| € 79.000 | € 54.718 | € 25.527 | € 5.013 | 61,2% |
| € 80.000 | € 55.082 | € 26.087 | € 4.937 | 63,6% |
| € 81.000 | € 55.446 | € 26.647 | € 4.861 | 63,6% |
| € 82.000 | € 55.810 | € 27.207 | € 4.785 | 63,6% |
| € 83.000 | € 56.174 | € 27.767 | € 4.709 | 63,6% |
| € 84.000 | € 56.538 | € 28.328 | € 4.633 | 63,6% |
| € 85.000 | € 56.902 | € 28.888 | € 4.557 | 63,6% |
| € 86.000 | € 57.266 | € 29.448 | € 4.481 | 63,6% |
| € 87.000 | € 57.630 | € 30.008 | € 4.405 | 63,6% |
| € 88.000 | € 57.993 | € 30.568 | € 4.329 | 63,6% |
| € 89.000 | € 58.357 | € 31.128 | € 4.253 | 63,6% |
| € 90.000 | € 58.721 | € 31.688 | € 4.177 | 63,6% |
| € 91.000 | € 59.085 | € 32.248 | € 4.101 | 63,6% |
| € 92.000 | € 59.449 | € 32.808 | € 4.025 | 63,6% |
| € 93.000 | € 59.813 | € 33.368 | € 3.949 | 63,6% |
| € 94.000 | € 60.177 | € 33.929 | € 3.873 | 63,6% |
| € 95.000 | € 60.541 | € 34.489 | € 3.797 | 63,6% |
| € 96.000 | € 60.905 | € 35.049 | € 3.721 | 63,6% |
| € 97.000 | € 61.269 | € 35.609 | € 3.645 | 63,6% |
| € 98.000 | € 61.632 | € 36.169 | € 3.569 | 63,6% |
| € 99.000 | € 61.996 | € 36.729 | € 3.493 | 63,6% |
| € 100.000 | € 62.360 | € 37.289 | € 3.417 | 63,6% |
| € 101.000 | € 62.724 | € 37.849 | € 3.341 | 63,6% |
| € 102.000 | € 63.088 | € 38.409 | € 3.265 | 63,6% |
| € 103.000 | € 63.452 | € 38.969 | € 3.189 | 63,6% |
| € 104.000 | € 63.816 | € 39.530 | € 3.113 | 63,6% |
| € 105.000 | € 64.180 | € 40.090 | € 3.037 | 63,6% |
| € 106.000 | € 64.544 | € 40.650 | € 2.961 | 63,6% |
| € 107.000 | € 64.908 | € 41.210 | € 2.885 | 63,6% |
| € 108.000 | € 65.345 | € 41.770 | € 2.883 | 56,3% |
| € 109.000 | € 65.785 | € 42.330 | € 2.883 | 56,0% |
| € 110.000 | € 66.224 | € 42.890 | € 2.883 | 56,0% |
| € 111.000 | € 66.664 | € 43.450 | € 2.883 | 56,0% |
| € 112.000 | € 67.104 | € 44.010 | € 2.883 | 56,0% |
| € 113.000 | € 67.544 | € 44.570 | € 2.883 | 56,0% |
| € 114.000 | € 67.984 | € 45.131 | € 2.883 | 56,0% |
| € 115.000 | € 68.424 | € 45.691 | € 2.883 | 56,0% |
| € 116.000 | € 68.864 | € 46.251 | € 2.883 | 56,0% |
| € 117.000 | € 69.304 | € 46.811 | € 2.883 | 56,0% |
| € 118.000 | € 69.744 | € 47.371 | € 2.883 | 56,0% |
| € 119.000 | € 70.184 | € 47.931 | € 2.883 | 56,0% |
| € 120.000 | € 70.623 | € 48.491 | € 2.883 | 56,0% |
Lokaal en over een traject
De kolommen tonen de lokale marginale druk: wat er van één stap van € 1.000 overblijft. Eén stap kan uitschieten, bijvoorbeeld waar een toeslag een grens passeert.
Over een langer traject telt het gemiddelde: de verandering van het besteedbaar inkomen gedeeld door de verandering van het bruto inkomen over de hele stap. De tabel geeft dat gemiddelde voor stappen die je op een loonstrook of in een vacature tegenkomt.
| Stap vanaf € 35.000 | Bruto erbij | Besteedbaar erbij | Gemiddelde marginale druk over de stap |
|---|---|---|---|
| € 100 bruto per maand erbij naar € 36.200 per jaar | + € 1.200 per jaar + € 100 per maand | + € 289 per jaar + € 24 per maand | 75,9% |
| € 250 bruto per maand erbij naar € 38.000 per jaar | + € 3.000 per jaar + € 250 per maand | + € 722 per jaar + € 60 per maand | 75,9% |
| € 500 bruto per maand erbij naar € 41.000 per jaar | + € 6.000 per jaar + € 500 per maand | + € 1.265 per jaar + € 105 per maand | 78,9% |
| € 5.000 bruto per jaar erbij naar € 40.000 per jaar | + € 5.000 per jaar | + € 1.114 per jaar | 77,7% |
| Het hele traject naar € 60.000 per jaar | + € 25.000 per jaar | + € 4.796 per jaar | 80,8% |
Elke regel is een volledige berekening bij € 35.000 en een bij het nieuwe inkomen, belastingjaar 2026. Een loonsverhoging per maand is hier als twaalf keer dat bedrag per jaar gerekend.
Begrippen
Salarisverhoging, meer uren en vanuit een uitkering zijn niet hetzelfde
Op deze site staat daarom meestal “meer inkomen” en niet “meer werken”. Welke van de drie situaties het is, maakt voor de uitkomst uit.
Salarisverhoging
Hetzelfde aantal uren, een hoger loon. Dit is wat de rekentool en alle curves op deze site doorrekenen: alleen het bruto inkomen verandert, de rest van het huishouden blijft gelijk.
Meer uren werken
Meer loon door meer gewerkte uren. Met kinderen betekent dat vaak ook meer uren kinderopvang: een hogere rekening, en een hogere kinderopvangtoeslag die die rekening niet helemaal dekt.
Voorbeeld: alleenstaande ouder, van drie naar vier dagen
- Loonsverhoging, zelfde uren
- + € 5.054
- Een dag meer werken
- + € 4.859
Besteedbaar inkomen erbij per jaar, bij € 9.000 bruto meer. Bij de extra dag stijgt de opvangrekening met € 4.851 en de kinderopvangtoeslag met € 4.656.
Bekijk de berekeningVanuit een uitkering gaan werken
Hier spelen andere regels: de uitkering zelf stopt of wordt gekort, en gemeenten hebben eigen regelingen voor mensen met een laag inkomen. Werk Moet Lonen rekent deze overgang niet door. Een uitkering kan als inkomen worden ingevuld, maar de regels van de bijstand en van gemeentelijke regelingen zitten niet in het model.
Nuance
Wat deze cijfers niet betekenen
-
Niet iedere Nederlander heeft een hoge marginale druk.
Volgens het Ministerie van Financiën heeft 84,6% van de werkenden een marginale druk van 60% of lager (2026).
-
Hoge marginale druk treedt niet bij elk inkomen op.
Hij hoort bij het stuk inkomen waarover een regeling afbouwt. Daarboven en daaronder is de druk lager. De curves laten zien hoe breed dat stuk is.
-
Marginale druk is niet de gemiddelde belastingdruk.
Hij gaat over de volgende euro, niet over het hele inkomen. Een huishouden met een hoge marginale druk kan per saldo weinig afdragen.
-
Eén uitschieter is niet het hele traject.
Bij een trede in de kinderopvangtoeslag kan één stap van € 1.000 meer kosten dan hij oplevert, terwijl de stappen ernaast veel minder druk hebben. Daarom staat bij elke analyse ook het gemiddelde over een langer traject.
-
Een salarisverhoging is niet hetzelfde als meer uren werken.
De curves rekenen met een hoger loon bij gelijke uren. Meer uren kunnen extra kosten meebrengen, zoals kinderopvang.
-
Voorbeeldhuishoudens zijn geen steekproef.
Ze zijn gekozen om regelingen zichtbaar te maken. Hoe vaak een situatie voorkomt, valt er niet uit af te leiden.
-
Pensioen en andere arbeidsvoorwaarden tellen niet mee.
De pensioenpremie, de pensioenopbouw die ertegenover staat, een dertiende maand of een leaseregeling zijn geen onderdeel van de berekening, tenzij je ze zelf als inkomen invult.
-
Niet alles zit in het model.
Gemeentelijke regelingen, de bijstand, kwijtschelding van lokale belastingen, buitenlandse belastingplicht en de 30%-regeling worden niet doorgerekend. En niet elk gevolg van werk is in besteedbaar inkomen uit te drukken.
De volledige lijst van wat wel en niet is opgenomen, staat in de methodologie.
Toegevoegde waarde
Wat Werk Moet Lonen toevoegt
Marginale druk is geen nieuw begrip. Het Ministerie van Financiën publiceert bij elk Belastingplan tabellen voor vier voorbeeldhuishoudens en een verdeling over alle werkenden, en het Ministerie van SZW rapporteert er jaarlijks over in zijn begroting.
Werk Moet Lonen voegt daar geen nieuwe definitie aan toe, maar een manier om het voor een bepaalde situatie na te rekenen en te controleren.
-
Alles in één berekening
Inkomstenbelasting, heffingskortingen, zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag en kinderbijslag worden samen doorgerekend, voor het hele huishouden.
-
Per regeling zichtbaar
Bij elke stap staat welke regeling hoeveel van het extra inkomen neemt, zodat te zien is waar een piek vandaan komt.
-
Voor je eigen situatie
Niet vier vaste huishoudens, maar elk huishouden dat je invult, met een curve over het hele inkomenstraject.
-
Herleidbaar tot de bron
Elk tarief, elke grens en elk bedrag staat per belastingjaar online met de officiële publicatie waar het uit komt, en is als gegevensbestand te downloaden.
-
Reproduceerbaar
Elke berekening vermeldt het belastingjaar en de versie van de regels. Een gepubliceerde versie verandert nooit meer; een correctie wordt een nieuwe versie. Een berekening is als link te delen.
-
Over meerdere jaren
Dezelfde situatie is door te rekenen in 2025 en 2026, en het Belastingplan voor volgend jaar staat ernaast zodra het is gepresenteerd.
Actueel · Belastingplan 2027
Wat verandert er in 2027?
Op Prinsjesdag 2026 presenteerde het kabinet het Belastingplan 2027. Het is een wetsvoorstel: de Tweede en Eerste Kamer moeten er nog over stemmen. Werk Moet Lonen zet elk bedrag voor 2027 naast dat van 2026, met de bron en de status van elk cijfer.
Wat volgens het Ministerie van Financiën verandert
- Het tarief in de eerste schijf stijgt met 0,48 procentpunt en dat in de tweede schijf met 0,60 procentpunt, voor iedereen tot circa € 78.500.
- Het aanvangspunt van het toptarief wordt bevroren, waardoor de algemene heffingskorting 0,24 procentpunt sneller afbouwt.
- De arbeidskorting gaat op alle knikpunten € 173 omhoog. Door de beperkte inflatiecorrectie neemt de marginale druk tussen circa € 12.000 en € 27.000 met 0,8 procentpunt toe.
- Het kindgebonden budget wordt verlaagd en bouwt vanaf het tweede knikpunt sneller af.
Samengevat uit Marginale druk en gemiddelde druk 2027, Ministerie van Financiën. Het ministerie zelf: “Uit de tabellen blijkt dat er in 2027 geen grote wijzigingen zijn in de marginale druk van huishoudens ten opzichte van 2026.”
Alleenstaande werknemer zonder toeslagen, 2026 naast 2027
| Bruto per jaar | Netto 2026 | Netto 2027 | Verschil | Marginale druk 2026 → 2027 |
|---|---|---|---|---|
| € 30.000 | € 27.754 | € 27.894 | + € 140 | 40,2% → 35,0% |
| € 45.000 | € 36.614 | € 36.682 | + € 69 | 45,5% → 43,0% |
| € 60.000 | € 44.094 | € 44.221 | + € 128 | 50,5% → 51,3% |
| € 90.000 | € 58.312 | € 58.285 | − € 27 | 56,0% → 56,0% |
Berekend met de regels van 2026 en de voorgestelde regels voor 2027 (status: wetsvoorstel). Marginale druk over een stap van € 1.000. Huishoudens met huurtoeslag of kinderopvangtoeslag rekent Werk Moet Lonen voor 2027 pas door als ook die bedragen zijn gepubliceerd.
Over alle werkenden verwacht het ministerie voor 2027: “Daaruit blijkt dat 83% van de werkenden een marginale druk heeft van 60% of lager.”
Zelf onderzoeken
Onderzoek je eigen situatie
Vul inkomen, huishouden, woning en kinderopvang in en zie hoe belasting, heffingskortingen en toeslagen samen doorwerken in het besteedbaar inkomen: bij je eigen inkomen en over het hele traject eromheen. Elke uitkomst heeft de berekening en de bron erbij. De antwoorden blijven in je browser.
Controle
Methodologie en bronnen
De berekeningen gebruiken de officiële tarieven, grenzen en bedragen van de Belastingdienst, Dienst Toeslagen, de SVB en de Staatscourant. Elk bedrag hoort bij één belastingjaar en wordt nooit naar een ander jaar doorgetrokken.
Een huishouden wordt bij elk inkomen helemaal opnieuw doorgerekend. Er wordt geen percentage op een bedrag losgelaten en er wordt pas aan het eind afgerond, waar de wet dat voorschrijft.
Wie zit achter Werk Moet Lonen?
Ronald Hulshof
Initiatiefnemer en ontwikkelaar
Ronalds achtergrond ligt in softwarearchitectuur en complexe informatiesystemen. Daarin draait het steeds om dezelfde vraag: wat gebeurt er als tientallen afzonderlijke regels tegelijk op één systeem inwerken? Vanuit die invalshoek heeft hij het Nederlandse belasting- en toeslagenstelsel als één samenhangend rekenmodel gemodelleerd.
De fiscale regels en bedragen komen uit officiële bronnen, per belastingjaar vastgelegd. Wat Werk Moet Lonen toevoegt, is het model zelf: elke huishoudsituatie is reproduceerbaar door te rekenen, met de bijdrage van elke regeling apart zichtbaar en elke uitkomst te controleren.
Het project is onafhankelijk, zonder advertenties of verdienmodel, en doet geen uitspraak over welk beleid wenselijk is. Over Ronald en de aanpak
Vragen over deze berekeningen?
Wil je een specifieke huishoudsituatie laten doorrekenen, een uitkomst controleren of beter begrijpen hoe de regelingen op elkaar ingrijpen? Ronald licht het model en de uitkomsten graag toe.
Ook voor journalistieke achtergrond en technische uitleg van het rekenmodel.
Neem contact op met RonaldOf mail rechtstreeks: [email protected]