Prinsjesdag 2026 · marginale druk
Marginale druk 2027: wat een loonsverhoging na Prinsjesdag oplevert
Marginale druk is het deel van elke extra euro dat je niet overhoudt. Het Belastingplan 2027 verandert weinig aan de vorm daarvan, maar wel iets aan de hoogte. Voor bijna iedereen onder het toptarief gaat er van de volgende euro 0,7 tot 0,85 cent meer af dan in 2026, en voor gezinnen boven circa € 62.000 komt daar nog 2,35 cent bij. Wij rekenen het voor met dezelfde regels als de rekentool en zetten het naast wat het ministerie zelf publiceerde.
Wetsvoorstel, geen wet.
De cijfers voor 2027 komen uit het Belastingplan 2027 en de begrotingen van Prinsjesdag 2026, gepubliceerd op 15 september 2026. De Tweede Kamer stemt er half november over, de Eerste Kamer half december. De toeslagen en de geïndexeerde bedragen volgen in oktober, november en december. Elk bedrag op deze pagina draagt daarom een status: wetsvoorstel, voorlopig of vastgesteld. De rekentool rekent nog niet met 2027.
Regelset 2027.1 · laatst bijgewerkt op 22 september 2026 · alle parameters 2027 met bron en status
Hoe de druk opbouwt, zonder toeslagen
De druk is hier het tarief van de schijf, plus wat de algemene heffingskorting en de arbeidskorting op dat inkomen per euro afbouwen. Laag in het loongebouw is dat nog opbouw. Wij lezen dit bij vier lonen uit de tabellen van beide jaren.
| Bij een loon van | Jaar | Tarief | Algemene heffingskorting | Arbeidskorting | Samen |
|---|---|---|---|---|---|
| € 35.000 | 2026 | 35,75% | + 6,398% | − 1,950% | 40,20% |
| 2027 | 36,23% | + 6,638% | − 1,795% | 41,07% | |
| € 43.000 | 2026 | 37,56% | + 6,398% | − 1,950% | 42,01% |
| 2027 | 38,16% | + 6,638% | − 1,795% | 43,00% | |
| € 60.000 | 2026 | 37,56% | + 6,398% | + 6,510% | 50,47% |
| 2027 | 38,16% | + 6,638% | + 6,510% | 51,31% | |
| € 90.000 | 2026 | 49,50% | – | + 6,510% | 56,01% |
| 2027 | 49,50% | – | + 6,510% | 56,01% |
Een plus bij een heffingskorting is afbouw en verhoogt de druk, een min is opbouw en verlaagt de druk. Boven het toptarief is de druk in beide jaren gelijk: 49,50% plus 6,51% afbouw van de arbeidskorting. Toeslagen komen hier nog bovenop: 13,76% zorgtoeslag, 8,05% of 9,95% kindgebonden budget, en de huurtoeslag en de kinderopvangtoeslag, waarvan de percentages voor 2027 nog niet bekend zijn.
Per loon, helemaal doorgerekend
Dit is geen tabel van percentages, maar van twee hele berekeningen per regel: het netto loon bij dit bruto en bij € 1.000 meer. Het verschil is wat de volgende duizend euro oplevert. Zo rekenen wij altijd, omdat een knikpunt alleen zo terechtkomt op de plek waar het zit.
| Bruto loon | Netto 2026 | Netto 2027 | Verschil | Druk op de volgende € 1.000, 2026 | Druk 2027 |
|---|---|---|---|---|---|
| € 20.000 | € 19.453 | € 19.535 | + € 83 | 4,7% | 5,2% (+0,5%) |
| € 25.000 | € 24.216 | € 24.274 | + € 59 | 9,3% | 5,2% (-4,0%) |
| € 30.000 | € 27.754 | € 27.894 | + € 140 | 40,2% | 35,0% (-5,2%) |
| € 35.000 | € 30.744 | € 30.901 | + € 156 | 40,2% | 41,1% (+0,9%) |
| € 40.000 | € 33.714 | € 33.832 | + € 118 | 42,0% | 43,0% (+1,0%) |
| € 45.000 | € 36.614 | € 36.682 | + € 69 | 45,5% | 43,0% (-2,5%) |
| € 50.000 | € 39.140 | € 39.352 | + € 212 | 50,5% | 51,3% (+0,8%) |
| € 55.000 | € 41.617 | € 41.787 | + € 170 | 50,5% | 51,3% (+0,8%) |
| € 60.000 | € 44.094 | € 44.221 | + € 128 | 50,5% | 51,3% (+0,8%) |
| € 70.000 | € 49.047 | € 49.091 | + € 44 | 50,5% | 51,3% (+0,8%) |
| € 80.000 | € 53.913 | € 53.886 | − € 27 | 56,0% | 56,0% |
| € 90.000 | € 58.312 | € 58.285 | − € 27 | 56,0% | 56,0% |
| € 100.000 | € 62.711 | € 62.684 | − € 27 | 56,0% | 56,0% |
| € 120.000 | € 71.509 | € 71.482 | − € 27 | 56,0% | 56,0% |
Alleenstaande werknemer, alleen loon, geen toeslagen, geen woning in de berekening. Netto is bruto min box 1 plus de algemene heffingskorting en de arbeidskorting zoals ze verzilverd kunnen worden; de Zvw betaalt de werkgever. De druk is wat de volgende € 1.000 werkelijk kost, twee keer volledig doorgerekend. De cijfers voor 2027 komen uit het wetsvoorstel; de knikpunten van de arbeidskorting zijn geschat door indexatie tot de Belastingdienst de tabel publiceert.
Dat de toeslagen erbuiten blijven scheelt veel. Tussen € 29.736 en € 40.857 bouwt de zorgtoeslag van een alleenstaande af met 13,73% van elke euro erbij. Die punten komen in de rekentool bovenop de druk die hier staat, en op dat traject ligt de druk daar dus een stuk hoger dan in deze tabel. Met kinderen, kinderopvang of een huurwoning loopt het verder op. Deze tabel gaat over wat het wetsvoorstel zelf met de tarieven en de heffingskortingen doet, niet over wat jouw huishouden overhoudt.
Met toeslagen: wat het ministerie zelf berekende
Voor gezinnen met kinderen in een huurwoning kunnen wij 2027 nog niet doorrekenen, omdat de huurtoeslag en de kinderopvangtoeslagtabel tot oktober en november ontbreken. Het ministerie van Financiën kan dat wel, met zijn eigen ramingen, en publiceerde de tabellen bij het Belastingplan. Dit zijn de cijfers van het ministerie, geciteerd.
| Huishouden, twee kinderen, huurwoning | Piek 2026 | Piek 2027 | Bij bruto |
|---|---|---|---|
| Alleenstaande ouder | 86% | 87% | € 42.500 |
| Eenverdiener | 94% | 95% | € 52.500 |
| Meestverdiener van tweeverdieners | 87% | 89% | € 63.333 |
| Minstverdiener van tweeverdieners | 45% | 45% | € 14.167 |
- Eenverdiener met twee kinderen, van € 35.000 naar € 60.000 bruto. Netto gaat dat van € 41.568 naar € 46.427 in 2027, en dat is € 4.859 over van € 25.000 erbij. In 2026 was dat € 4.544.
- Alleenstaande ouder met twee kinderen, van € 35.000 naar € 60.000 bruto. Netto gaat dat van € 43.443 naar € 49.906 in 2027, en dat is € 6.463 over van € 25.000 erbij. In 2026 was dat € 6.301.
Het ministerie noemt zelf de oorzaken van wat er wél beweegt:
- Het tarief in de eerste schijf stijgt met 0,48 procentpunt en dat in de tweede schijf met 0,60 procentpunt, voor iedereen tot circa € 78.500.
- Het aanvangspunt van het toptarief wordt bevroren, waardoor de algemene heffingskorting 0,24 procentpunt sneller afbouwt.
- De arbeidskorting gaat op alle knikpunten € 173 omhoog. Door de beperkte inflatiecorrectie neemt de marginale druk tussen circa € 12.000 en € 27.000 met 0,8 procentpunt toe.
- Het kindgebonden budget wordt verlaagd en bouwt vanaf het tweede knikpunt sneller af.
Alle huishoudens in de tabellen van het ministerie hebben twee kinderen van 6 tot 11 jaar en een huurwoning met huurtoeslag (€ 746 per maand in 2026, € 772 in 2027), en gebruiken 876 uur buitenschoolse opvang per jaar. Anders dan wij rekent het ministerie een pensioenpremie van het brutoloon af. Bron: Ministerie van Financiën, Marginale druk en gemiddelde druk 2027, Bijlage 3 bij de aanbiedingsbrief pakket Belastingplan 2027, 15 september 2026.
Veelgestelde vragen over de marginale druk in 2027
- Wat houdt een werknemer in 2027 over van € 1.000 extra loon?
- Neem het stuk tussen het afbouwpunt van de arbeidskorting (€ 47.834) en het toptarief (€ 78.426). Daar gaat van elke extra euro 38,16% belasting af, plus 6,638% afbouw van de algemene heffingskorting en 6,51% afbouw van de arbeidskorting. Samen is dat 51,31%, tegen 50,47% in 2026. Van € 1.000 extra blijft daar dus € 487 over, en dat is € 8 minder dan in 2026. De tabel op deze pagina rekent het voor elk loon uit, en wij gebruiken daarvoor dezelfde regels als de rekentool.
- Wordt de marginale druk in 2027 hoger of lager?
- Per stap wordt de druk hoger. Voor iedereen onder het toptarief gaat het om ongeveer 0,7 tot 0,85 procentpunt, door de hogere tarieven in de eerste twee schijven en de snellere afbouw van de algemene heffingskorting. Voor gezinnen met kinderen boven circa € 62.000 komt daar 2,35 procentpunt bij door het tweede knikpunt in het kindgebonden budget. Boven het toptarief verandert er niets: 49,50% plus 6,51% afbouw van de arbeidskorting, in beide jaren. Dat zegt iets over de volgende euro, niet over het niveau. Door de hogere toeslagen en de € 173 extra arbeidskorting houdt bijna iedereen in 2027 netto iets méér over dan in 2026 bij hetzelfde loon, en over een stap van € 35.000 naar € 60.000 geldt dat ook.
- Wat zeggen de tabellen van het ministerie van Financiën?
- Dat er "geen grote wijzigingen" zijn, en voor de vorm van de curve is dat waar. De pieken liggen bij drie van de vier huishoudens wel hoger: voor een alleenstaande ouder is de piek 87% (was 86%), voor een eenverdiener 95% (was 94%) en voor de meestverdiener van tweeverdieners 89% (was 87%), telkens met twee kinderen in een huurwoning. Een eenverdiener die van € 35.000 naar € 60.000 bruto gaat, houdt daar in 2027 netto € 4.859 van over, tegen € 4.544 in 2026.
- Waarom rekent deze pagina alleen een werknemer zonder toeslagen door?
- Omdat dat het enige huishouden is waarvan alle bedragen voor 2027 al bekend zijn. De tarieven, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting staan in de memorie van toelichting, maar de huurtoeslag, de kinderopvangtoeslagtabel en de kinderbijslag volgen in oktober en november. Een berekening met een geschatte toeslag geeft een cijfer dat er zeker uitziet maar het niet is, en daar doen wij niet aan.
De uitleg en de cijfers op deze pagina mag je overnemen onder CC BY 4.0, met vermelding van Werk Moet Lonen. Gaat het om een bedrag of een grens, noem dan ook de officiële publicatie die er hier bij staat. Die is de bron, wij zijn de berekening. Wat je precies mag hergebruiken staat apart beschreven.